2017: Hammer Karmse, Wat’n kroam! (1812)

Uit de verre omgeving kwam men naar de Jaarmarkt.

De Hammer Karmse.

Tijdens de kermis, die enkele dagen tot drie weken kon duren, garandeerde de overheid vrede, vrijhandel en een vrijgeleide voor wie was verbannen of een halsmisdrijf had begaan; schuldenaars en dieven werden ongemoeid gelaten. Ten teken van deze marktvrede werden houten kruizen aan de stadspoorten bevestigd, wat tot in de negentiende eeuw gebruikelijk bleef. Daarop stroomden dan de bezoekers toe: kermisklanten, marskramers, bedelaars, gauwdieven en mensen die inkopen kwamen doen. Velen grepen de gelegenheid aan om familie in het betreffende dorp te bezoeken. Tezamen vormden zij één factor van de algehele opwinding. Inwoners van dorpen zagen zich plotseling omringd door duizenden vreemde gezichten. Gedurende de Jaarmarkt waren veel woonhuizen zelfs in herbergen omgezet.

Nederland viel in 1812 onder het Eerste Franse Keizerrijk. 1812 was het jaar van Napoleon’s veldtocht naar Rusland. Deze zou voor hem en het Franse Rijk dramatisch aflopen. De Grande Armée bestond uit verschillende nationaliteiten. Er zaten o.a. Duitsers, Pruisen, Polen, Italianen, Oostenrijkers, Zwitsers, Kroaten, Spanjaarden en ook Nederlanders in. Wellicht is er een van het front teruggekomen strijder op de Kermis te vinden. Napoleon is heel belangrijk geweest voor de Europese en de Nederlandse geschiedenis. Hij zorgde voor een ‘moderne’ regering, met duidelijke wetten. Iedereen was voortaan gelijk voor de wet en een rechtszaak was altijd openbaar. Napoleon voerde overal de meter en de kilogram in. Heel handig, want tot die tijd waren maten en gewichten in veel landen anders. Aan Napoleon danken veel mensen hun familienaam, want hij zorgde ervoor dat iedereen werd ingeschreven bij de burgerlijke stand. Daarvoor moest iedere  familie die nog geen achternaam had een  familienaam kiezen. In Den Ham gebeurde dat ook rond 1812.

Een kermis in de 19e eeuw was onontkoombaar. Iedereen deed er aan mee: oud en jong, rijk en arm. Voor ‘arm’ was er de mogelijkheid met een getekende of gedrukte kermiswens een fooi op te halen, voor dienst- en servicepersoneel en kinderen gold hetzelfde. Vanzelfsprekend zagen ook trouwlustigen hun kansen, getuige het begrip kermisvrijer en -vrijster. Voor de lol werden er wel veilingen van zulke vrijers gehouden, met wie dan proef kon worden gedraaid tot de laatste dag van de kermis.

Op de Kermis vond men toneelspelers,  straatmuzikanten, de koek- en wafelbakkers, de loterijen, de poppenkasten, de geleerde dieren en de waarzeggerse n kwakzalvers. Ook waren er acrobaten en kunstenmakers zoals vuurspuwers, acrobaten en krachtpatsers.

In deze tijd ondenkbaar maar toen kermis-attracties: Men ging inde 19e eeuw kijken naar gekken in het dolhuis, naar gevangenen in rasp- en spinhuizen of naar zogeheten wonderen der natuur, zoals daar zijn: gedrochten, Siamese tweelingen, wildemannen, albino’s, hermafrodieten, levende skeletten en armlozen die met mond of voet tekeningen maakten.

Het hoeft niet te verbazen dat het verzet tegen het verschijnsel kermis al oud is. Calvinistische predikanten verwierpen de ‘opgeworpen santen en santinnen’ die met kermis werden vereerd en beschouwden de geboden attracties als ‘onnutte occasiën ter verroekelosing van veel zielen’. Met uitzondering van enkele dorpen, waar het persoonlijk gezag van de predikant groot was, lukte het echter nergens de kermis compleet te verbieden.  Zo ook niet de Hammer Karmse.

 

Wat ’n kroam!